Anita (1971), iedere 20 jaar heb ik ‘iets met mijn hersenen’. In mijn jeugd een hersenschudding, in 2003 een herseninfarct en in 2023 een hersenkneuzing. Anita schrijft over haar ervaringen met hersenletsel, wat het betekent voor haarzelf én haar omgeving. Deze blogs schrijft ze voor het project Meedoen? Hoe dan? mogelijk gemaakt door de Hersenstichting.

 

De moed zakt me in de schoenen.

Na twee weken ziekenhuis weer thuis. Geslapen in mijn eigen bed! En nu net opgestaan sta ik voor de kast op zoek naar een lekker warm vest…na een minuut of tien voor de kast gestaan te hebben doe ik deze maar weer dicht. Geen vest, ik ga terug in bed….SLAPEN! dat is alles wat ik nu nog wil…en kan op dit moment.

32 jaar en een herseninfarct

Op 4 april 2003 stond mijn leven op de kop. ’s Avonds voelde ik me niet goed en viel even flauw. Er heerste een nare griep en ik dacht dat ik dat ook had en ging naar bed. Nadat de huisartsenpost twee dagen later langs was geweest omdat ik me nog steeds niet goed voelde werden we verzocht naar het ziekenhuis te gaan.  Als gezonde, sportieve, jonge vrouw lag ik twee dagen later in het ziekenhuis omdat ik nog steeds alles niet zo goed zag en ontzettend moe was. Ik ben nog zelf naar binnen gelopen maar na het onderzoek mocht ik alleen nog maar liggen. ‘De scan zag er niet zo mooi uit’, zei de neuroloog, ‘je hebt een herseninfarct gehad’. Hoe dan?  Maar ik dacht ook: dat valt mee, hiermee blijf je leven! Want zeg nu eerlijk, als je 32 bent denk je niet dat er een herseninfarct uit de scan komt.

Iedere keer weer een stapje erbij. Mooi om te zien hoe je lichaam ook dingen ´oplost´. Mijn rechter oor vangt veel op van wat ik niet meer zie. En door veel kralen te rijgen kreeg ik een beetje de fijne motoriek terug. Maar mijn beste therapie was de muziek. Gek genoeg kon ik niet goed meer tegen allerlei nieuwe muziek en geluiden. En nu na mijn harde val vier weken geleden staat de muziek weer aan. Ik lijk er weer tegen te kunnen.

Ik kom je niet ophalen, je kan het zelf!

Eén gebeurtenis in het ziekenhuis is me altijd bij gebleven. Ik was er al even toen een broeder mij kwam ophalen omdat er een scan gemaakt zou worden om te kijken hoe het verloop was. Hij kwam met een rolstoel, waarop ik hem vertelde dat ik van alles mankeerde maar graag zelf wilde lopen naar het onderzoek. Want voorzichtig lopen (ik liep erg wankel) was één van de weinig dingen die ik nog kon. Dat is goed zij hij. Onderweg naar de onderzoeksruimte kletste we wat tot we daar waren en hij zei: Succes met het onderzoek. Ik kom je dus niet meer ophalen want je kan het zelf. SLIK! Hoe kom ik ooit terug in mijn kamer? Liggend in die scanruimte bedacht ik mijn plan. Ik zou me niet laten kisten. Zolang ik niet het gebouw uit zou lopen moest het goed komen. En zo ging het. Ik vond uiteindelijk mijn kamer terug. Doodmoe maar voldaan. Ik had het gered!

Er zouden in de weg naar wat het nu is nog veel van dat soort momenten komen waarbij ik altijd even dacht aan die broeder die onbedoeld mij de mooiste les geleerd heeft. Gewoon proberen, ontdekken en verwonderen dat het is gelukt.